ABELSTOKSTERTIL = til, dit is een vaste brug over einde van de Kromme raken ook wel het Warfhuister loopdiep genoemd, tussen Mensingeweer en Den Hoorn. Naamsverklaring: Oorspron-kelijk Abts-stok, een stok van de abt van Nijenklooster dat daar in de buurt lag, die een doorwaad-bare plaats aanwees, toen er van bruggen nog geen sprake was. Volgens overlevering ook wel ge-noemd naar Abel Stok, die er met een lange polsstok over het water sprong. Hij sprong zo hoog dat het volk riep:”Och hadden wi den mensche weer”. Vroeger reed men hier over een met steen ge-maakte bedding door het zijldiep, en om de onder water liggende dam of doorrit niet te missen, hadden de abten van ’t klooster in de Marne hierbij een stok geplaatst. Naar Abel Stok is niet alleen deze til genoemd, ook de sloot die bij mij voor de boerderij langs loopt is naar hem genoemd: Abel-stokstertocht. Voor de ruilverkaveling liep deze tocht van Abelstok rechtuit door het land van Ge-sink naar de Schouwerzijlsterweg, bij ons voorhuis boog hij rechtsaf naar de vroegere oprijlaan van Werkman. Bij hun weer scherp naar links, achter Diemer langs en halfweg de verdwenen sintelweg weer naar rechts, om uiteindelijk ter hoogte van Dijkstra in het Mensingeweersterloopdiep uit te monden. Tussen Werkman en Diemer lag vroeger een vlonder over deze tocht, misschien hebben de wat ouderen onder ons deze ‘losse plankbrug’ nog wel gekend en zelfs wel het rondje ‘oprijlaan Hielkema, sintelweg Kruizenga gelopen. Tot wanneer lag deze vlonder er nog?

BAATJE-BORG = boerderij, aan het Winsumerdiep, ten zuiden van Maarhuizen. In het midden van de 17e eeuw was Bate de Sighers eigenaresse, waaraan de boerderij waarschijnlijk zijn naam zal hebben ontleend. De fam. Van Swinderen is vanaf 1854 eigenaar (geweest?) en haar familiewapen siert nog de bovenverdieping. Volgens overlevering diende het huis als nachtverblijf voor deze fa-milie als ze tussen hun huis in Groningen en hun borg in Uithuizermeeden reisden. Huidige bewo-ners: de familie Bijsterveld.

BAAIJ = naam van de boerderij van de fam. Luyks. Toen de familie 26 jaar geleden vanuit Etten-Leur naar Mensingeweer kwam had hun boerderij hier nog geen naam. Ze kwamen van een boerde-rij die Baaij heette en die naam hebben ze hier weer aan deze boerderij gegeven. Dat het even ver-derop gelegen kanaal ook wel de Baaijemertocht wordt genoemd is dus een toevallige samenloop van omstandigheden.

BAAIJEMER- of KROMME TOCHT = (vroeger) de naam van het water tussen Baflo en Mensingeweer, in 1866 vergraven tot een kanaal. Nu heet het op de topografische kaart Kanaal Baflo-Mensingeweer. Allershof van Maarslag vertelde me dat zijn vader nog wist te vertellen dat dit water een sloot was. De lengte van dit kanaal van Baflo tot in het Mensingeweersterloopdiep is 4 km en 300 meter. In 1930 was het nog een draaibrug, 7,10 meter breed. Er moest een stuiver bruggeld per ton worden betaald. Even verderop lag er in die jaren ook nog de spoorbrug Zoutkamp-Winsum, waarvan de restanten nu nog te zien zijn. Op de huidige brug zit nu ook nog een naamsbordje met Baaijemertocht. De keerzijde van dit bordje vermeldt:

BONTJEMERTIL = de brug over de Baaijermertocht. Vroeger was dit een draaibrug. Wanneer is die weggehaald? Laatst sprak ik met de heer Nubé, hij had de brug nog gedraaid vroe-ger. Met een klomp aan de hengel werd dan door hem van de schipper(se) het geld in ontvangst genomen. Naar zijn zeggen is het zo’n 25 tot 30 jaar geleden dat deze draaibrug door de huidige vaste is vervangen. Zelf heb ik een foto van deze brug uit ca. 1934 waarop ook een mooie smeedijzeren boog te zien is midden op de brug, met aan beide kanten twee steunstangen. Uit het erbij ge-schreven onderschrift wil ik u het volgende niet onthouden: ‘mor dou ik nog ais kuierde van Mens-keweer noar Ainerom over de brug op dizze foto, kon ik t toch nait loaten en ik schreef op: Toch dou k mit riemen hier n gooi/ en k zeg joe, t is hier mooi, mooi, mooi/ en elk en aine dei hier komt/ kikt over t laand en stait verstomt’. Aan de Eenrumer kant, links na de brug, tegenover Nubé, lag vroeger nog een stuk grond dat bij de gemeente Leens hoorde. Hierop stonden in het begin van deze eeuw drie woningen. Na de oprijlaan van Grommers stond de vlasfabriek. Aan deze oprijlaan heeft halfweg aan de linkerkant ook nog een huisje gestaan, vandaar liep parallel aan de weg Mensinge-weer-Eenrum een onverharde weg naar het Eenrumermaar. Voor ik het vergeet, wat heeft Bontje met deze til te maken? Of heeft iemand het er eens erg bont gemaakt?
Mw. Nieuwenhuizen (nu Eenrum) vertelde me dat de draaibrug over de Baaijemertocht in 1956 door een vaste brug is vervangen. Links na de brug stond het huis van Diephuis dat in 1966 is afge-broken. Aan de rechterkant, waar nu Nube woont, was toen een slagerij. De vlasfabriek, achter het huidige waterleidingstation, werd in 1932 gesloten en is in 1943 gesloopt. Een van de twee huisjes aan de sintelweg naar Grommers heette ‘de theebus’. Dhr. Korringa heeft bij de archivaris van het waterschap Hunsingo navraag gedaan naar de naam Bontjemertil en Baaijemertocht, maar dat leverde jammergenoeg (nog) niets op. Dank voor de reak-ties, TM.

CANADA = boerderij(en) van de fam. Dijkstra op de grens van Winsum en de Marne. Waarschijn-lijk genoemd naar een in de jaren ’30 gebouwde kapschuur van een ‘Canadees’ type.

DORPSHUIS DE MEUL’N = Ik hoef niemand te vertellen wat dat is en waar dit staat. Daarom een klein stukje ontstaansgeschiedenis. Op 19 november 1976, op een vrijdagavond werd ons dorpshuis feestelijk geopend door de toenmalige burgemeester van Leens, de heer W.H. Ausma. Daarvoor bestond er al enkele jaren een Stichting dorpsbelangen, maar een eigen ‘huis’ had men tot die tijd nog niet. Toen in 1976 het gelijknamige cafe met danszaal zijn deuren sloot, heeft men in het dorp de koppen bij elkaar gestoken. Waar moest dorpsbelangen nu haar aktiviteiten ontplooien? Een ei-gen huis was natuurlijk het mooiste. Men heeft toen met hulp van allerlei instanties en vooral dank-zij de inspanningen van veel Mensingeweersters zelf het huidige dorpshuis kunnen aankopen en opknappen. Op de openingsavond heeft mevrouw Straat-Hofman ter verhoging van de feestvreugde een Groninger gedicht voorgedragen. Dit gedicht “Wel en wee van ons dörpscafe” was geschreven door mevrouw Bakker-Neut. Het gedicht besluit met de regels: “As wie zo mit n kander wieder goan, blift dörpsbelangen nog joaren bestoan”. De wens die zij aan het slot van het gedicht uitspreekt is uitgekomen, dankzij de inspanning van vele Mensingeweersters, nu en in de afgelopen jaren. Ga zo door zou ik zeggen, zowel passief, door de aktiviteiten van dorpsbelangen te bezoeken en te steunen, als aktief, door ideeën aan te dragen en ook eens aan de bestuurstafel plaats te nemen.

ERNSTHEEM = Deze keer aandacht voor een schilderachtig plekje aan de weg van Mensingeweer naar Baflo, nl. Ernstheem. Hier staan twee fraaie boerderijen waarvan de eerste bewoond wordt door de fam. Wijk (in de bungalow ernaast) en de andere door de fam Faber. Om iets meer over Ernstheem te weten te komen heb ik deze week een bezoekje gebracht aan de fam Wijk. De heer Wijk was zo vriendelijk mij de boerderij en de tuin te laten zien. Het huidige voorhuis stamt uit 1840, de schuur is na een brand in 1898 vernieuwd. Via de paardestal, waar meer dan 20 paarden kunnen staan, en de koestal kwamen we in het vooreind. Hier is nog veel in oude staat. In de voor-kamer, met een fantastisch uitzicht op Eenrum (brug, bos, molen en kerk) en de tuin, valt als eerste het schilderstuk van Aikes, boven de schoorsteenmantel op. Het is een landschap met runderen en bomen op de voorgrond, met in het midden aan de horizon, een kerkje met molen en links een riet-gedekte schuur waarvoor enkele mensen staan te praten. In een van de wanden zit een uit Duitsland afkomstig ‘klok-orgel’. De kamer ervoor bezit uniek beschilderd behang uit 1820. Hierop is over de vier wanden “De lust van de jagt ende visscherij” uitgebeeld. Je ziet o.a. hoe ruiters te paard met hun honden er op uit gaan om op een hert te jagen. Via de ruime gang en de voordeur, komen we in de tuin, waar het prieel, de vijver en het glooiende gazon mijn aandacht trekken. Ook vanuit het prieel weer een mooi uitzicht over het Groninger land. Bij het verlaten van deze historische plek natuurlijk nog even stilgestaan bij de gevelsteen in de achtermuur. Hierop staat de volgende tekst: “Ernstheem 1815. Harm Klaazen Wijk, Sybentje Pieters Hielkema. Kinderen: Hilje, Klaas, Diewer-tje en Anje. Het land te bouwen is ons lust, ons hart en zinnen zyn bewust, te wonen bij het woelend vee, gelijk als vader Jacob dee.” Samen lopen we terug naar de bungalow waar ik nog verwend wordt met koffie en koek. Het is al donker als ik weer op de fiets stap en deze historische en met zorg onderhouden plaats verlaat. De volgende keer meer over Ernstheem, maar dan zaken die ik uit boeken bij elkaar heb gescharreld.

ERNSTHEEM (2) = gehucht bij Eenrum, maar gemeente Winsum. In 1281 wordt al gesproken over Ernestahusum in een oorkonde. De naam zal zoiets betekenen als het erf van Ernst. De boerderij die deze naam draagt, is eigendom van de fam. Wijk. Zelf wonen ze in een naast de boerderij gebouwde woning. Vroeger woonde hier ook lange tijd een familie met dezelfde naam. Op de andere boerderij woont de fam. Faber. Beide boerderijen hebben een rijke geschiedenis en behoorden voor 1594 tot het grondbezit van het klooster Wijtwerd in Usquert. Het huidige Ernstheem werd gebouwd in 1842. In de achtergevel zit een mooie gevelsteen uit 1815 waar de namen van Harm Klaazen Wijk, zijn vrouw en hun vier kinderen op vermeld staan alsmede de volgende tekst: ‘Het land te bouwen is ons lust/Ons hart en zinnen zyn bewust/Te wonen by het woelend vee/Gelyk als vader Jacob dee’. In 1468 werd de parochie van Lutje Saaksum opgeheven. Vanaf die tijd kerkten de bewoners van Ernstheem en directe omgeving in Maarhuizen, waar tot ca. 1718 een kerk heeft gestaan. Toen de Maarhuister kerk werd afgebroken en de wegverbinding met Ernstheem verslechterde ging men in Eenrum ter kerke maar men liet zich wel op het kerkhofje van Maarhuizen begraven. Er zijn daar nog een viertal graven bewaard gebleven, al zijn er drie onder het gras verdwenen (volgens een op-gave uit 1977). Een dag na het overlijden werd dan de torenklok van Eenrum een tijdlang ‘verluit’.
F….:

GROOT-MAARSLAG =

HIJKEMAHEERD = naam van de boerderij van de fam. Werkman

KLEINE GREEDEN = boerderij waar de fam. Grommers woont. Greede staat voor weide.

KROMME RAKEN = vaart van het Warfhuister loopdiep naar Schouwerzijl aan ’t Reitdiep; heet ook Schouwerzijlsterriet. Onder ‘Raecken vant Reydiep’ verstond men het zeer sterk kronkelende gedeelte.

KANAAL MENSINGEWEER-BAFLO = van ’t Mensingeweerster loopdiep naar Baflo; zet zich voort als Rasquerdermaar naar het Oosten tot het Warffumermaar, dat bij Onderdendam uitkomt in het Boterdiep.

LOOPTIL = de til over ’t begin van het Mensingeweerster loopdiep ten westen van Winsum.

LIJTIL [ook LEITIL] = ligt bij Mensingeweer over het trekdiep, als je van Groningen het dorp in komt. Wie weet hoe deze naam is ontstaan? Ik hoor het graag! In het Gronings komen betekenissen voor als zacht – ’t Is lij weer, ’n lije wind – en luwte – in de lij vaaln.

LUT(TE)KEHUIZEN = vroegere, nu verdwenen, dubbelwierde vlak ten westen van Baatjeborg aan beide zijden van het Winsumerdiep. Er stond ooit een boerderij, later een voorwerk van het klooster Aduard en besloeg een oppervlakte van 3,62 ha. De Lutkehuistertocht stroomde naar de noordelijke wierde toe.

LUTJE-SAAXUM =

MAARHUIZEN =

MATTENESSE = boerderij van de fam. Bos, waar vroeger de borg met die naam heeft gestaan. In 1708 wordt deze naam voor het eerst vermeld. Waarschijnlijk afkomstig van Willem van Matenesse, die in 1608 de belangrijkste collator [degene die de predikant benoemde] van Mensingeweer was. Daarvoor een boerderij die aan Christoffer van Ewsum had toebehoord. Zelfs een Groninger burgemeester, Gerhardus Swartte, is ooit eigenaar van de boerderij geweest. Zijn dochter schonk in 1708 een avondmaalsbeker aan de kerk van Mensingeweer, die er nu nog is. Jonker Joost Lewe trouwde in 1717 met Anna van In- en Kniphuisen en verfraaide de borg. In 1820 werd de borg afgebroken en vlakbij werd een nieuw ‘buiten’gebouwd. Hierin heeft o.a. mr. Hendrik Hagenouw Brongers, nota-ris, gewoond. Na hem woonde er nog mr. P. Knijpenga, van 1843-1851 burgemeester van Leens en Wehe, en daarna notaris te Mensingeweer. In 1872 kocht Klaas Harms Wijk Mattenesse, brak het huis af en bouwde ten noodwesten ervan aan de weg de huidige boerderij. Een uitvoerige beschrij-ving kun je vinden, met twee mooie afbeeldingen, in Ommelander borgen en steenhuizen.