Maarslag bestaat uit twee gehuchten nl. Groot & Klein Maarslag. In de Hogelandster van 31 okt. j.l. heeft u er ook al iets over kunnen lezen in het artikel van Hidde Feenstra. Vroeger stond op Klein Maarslag een kerkje, dat in 1811 jammer genoeg is afgebroken. Gelukkig is de wierde met daarop het kerkhof wel bewaard gebleven. Wie wel eens een lange wandeling in de omgeving maakt, kan op die plek nog een beetje de tijden van weleer proeven. Bij de mooie oude grafzerken die er nog liggen, dwalen je gedachten onwillekeurig naar vorige eeuwen. Hoe was het toen hier? Wie woon-den er? Hoe voorzagen de mensen zich in hun onderhoud? Dit mijmerwerk kunnen wij ons nu per-mitteren, maar de toenmalige bewoners zullen waarschijnlijk hard hebben moeten werken om hun kost(je) te verdienen. Uit die tijd is ook geen telefoonboek voorradig, om op te zoeken hoe de men-sen toen heetten en welk beroep ze uitoefenden. Toch is er wel het een en ander over terug te vin-den. Bijvoorbeeld door het speuren in oude archieven, al is dat tijdrovend werk! Al was er in het begin van de vorige eeuw dan nog geen telefoon, belasting moest men wel betalen, net als wij. Dat werd en wordt allemaal keurig bijgehouden. In het Rijksarchief in Groningen heb ik zo’n oude be-lastinglijst van Maarslag bekeken en de namen en beroepen van de inwoners van Maarlag opge-schreven. De lijst stamt uit 1825. Ik hoop dat u het aardig vindt om te weten hoe de mensen heetten en welk beroep ze uitoefenden. In Maarslag woonden toen ca. 40 gezinnen die belasting moesten betalen over gebouwde en ongebouwde eigendommen. Hieronder volgt de lijst met de huisnummers en de namen van de gezinshoofden en hun beroep.

Freerk J. Wildeveld, landbouwer

Jan D. Zomerdijk, schoenmaker

Roelf H. Houtuin, kuiper

Symon P. van Hoorn, winkelier

IJzebrand J. van Kampen, koopman (doorgestreept Geert Wilkens, wed, Geert W. Kamphuis, dag-loner)

Roelf T. Woldendorp, dagloner

Popke J. Borgeman, dagloner

Klaas Geerts Huizenga, commissionair

Harm T. Waterbolk, dagloner

Helprig Jans Jansen, dagloner

Diakoniehuis

Harm B. Pruis, dagloner

Kornelis G. Keukelder, dagloner

Freerk P. Cleveringa, dagloner (doorgestreept Heme J. Wierenga)

Pieter B. van Dijk (doorgestreept Jacob J. Bakker)

Duurt K. Hekma, landbouwer

Harm J. Smit landbouwer

Heme J. Wieringa, dagloner (doorgstreept Willemtje Jans)

Jochem P. Torrenga, dagloner

Ennes K. Wetsema, landbouwer (doorgestreept Freerk J. Wijdeveld)

Enne M. Sijbolts, landbouwer (doorgesptreept Evertje Klasens)

Wed. Jan Gijzes, daglonersche

Mendelt R. Torrenga, landbouwer

Alle van der Veen

Pieter A. Huizenga, dagloner

Lammert B. Hopma, landbouwer

dezelfde

Berent P. Hofman, dagloner

Freerk R. Feddema, landbouwer

dezelfde

Willem A. Dekker, dagloner

Rijpke R. Beukema, landbouwer

Wed. Kornelis Freerks, daglonersche

Wed. Klaas van der Sloot, daglonersche

Wed. Evert E. Schurenga, eigenaarsche

A.A. Torrenga, landbouwer (doorgestreept wed. Jan K. Tillema)

Harm P. van Dijk, dagloner

Schoolgebouw van Maarslag

10a. Enne R. Kadijk, rentenier

F.H. Waterbolk, waarman [=sluismeester], Maarslag.

Nu hier valt heel wat uit op te maken, al weet ik niet wie waar precies woonde. Ik denk alleen dat Lammert B. Hopma op Rollingeweer woonde. De negen landbouwbedrijven zijn er nu nog. Ooste-lijk van de fam. Heringa op Groot Maarslag stond toen ook nog een boerderij en vlak bij Warfhui-zen waar er nu twee staan, stond er toen één. Maar liefst 16 arbeidersgezinnen vonden er hun be-staan. Het dorp had een eigen winkel, kuiperij en schoenmakerij, kom daar nu eens om. Ja, er werd zelfs gerentenierd. Of er toen nog kinderen naar school gingen durf ik nu nog niet te zeggen, de school werd later afgebroken, maar in 1825 stond hij er nog. Ook de kerk had er een diakoniehuis. Maarslag had toen toch enige allure. Het aantal huizen is moeilijk te schatten, er kunnen meerdere gezinnen in een woning hebben geleefd, dat gebeurde toen veel meer. Over de grootte van de ge-zinnen krijgen we geen idee bij deze belastinglijst. In het Aardrijkskundig woordenboek van Van der AA staat echter wel het een en ander. Dit boek uit 1850, iets later dus, zegt het volgende: Groot Maarslag telt 14 huizen en 90 inwoners, Klein Maarslag 8 huizen en 30 inwoners. Samen dus 22 woningen en gemiddeld 5 mensen per woning en totaal 120 dorpelingen. Over Groot Maarslag zegt Van der AA nog dat er aan de westzijde van de weg naar Schouwerzijl ‘eene fraaie groote boerderij op den top der wierde ligt’ en over Klein Maarslag ‘voorheen stond hier eene kerk, welke in 1807(=l8ll) is afgebroken, doch waarvan het kerkhof, met eene klok, in eene zoogenoemde galg of stoel gehangen, nog gebruikt wordt’.